Een kamer die in beide huizen als eigen voelt

Landschapsillustratie

Voor een kind dat in twee huizen woont, is het fijn als beide huizen als thuis voelen. Een eigen kamer, of een eigen hoek, helpt daarbij enorm. Het hoeft geen grote of dure kamer te zijn, want het gaat om het gevoel dat er een plek is die van jou is. Als een kind binnenkomt en meteen ziet dat zijn spullen op hem wachten, valt de spanning van het wisselen vaak snel weg, en dan kan de gezelligheid beginnen.

Begin met de inrichting. Laat je kind meedenken over de kleur van het dekbed, de plek van het bed en wat er aan de muur komt. Een paar vaste dingen die in beide huizen terugkomen, zoals dezelfde soort lamp, een foto of een kussen, geven herkenning. Het is niet nodig dat de kamers hetzelfde zijn. Herkenbare details zijn genoeg om te zorgen dat het kind zich snel op zijn gemak voelt.

Eigen spullen op eigen plek

Zorg dat er in elk huis genoeg is voor de dagelijkse dingen: pyjama, tandenborstel, kleren voor een paar dagen en een paar favoriete boeken of spelletjes. Een lade, een kist of een plank die alleen van het kind is, werkt goed. Wat daar ligt, blijft daar, en het kind hoeft niet bij elke wissel alles in te pakken. Dat maakt de overgang lichter en sneller voor iedereen.

Geef het kind de vrijheid om de kamer zelf in te richten. Een muur met tekeningen, een prikbord met foto's of een hoek met knuffels maakt de ruimte persoonlijk. Als het kind groeit, kan de kamer meegroeien. Vraag af en toe of het nog zo is als het wil, en pas kleine dingen aan. Zo blijft de kamer een plek die bij het kind hoort, in plaats van een plek die bij het huis hoort.

Zorg tot slot voor rust in de kamer. Een plek waar het kind kan spelen, lezen of gewoon even zitten zonder dat iemand iets van hem wil. Daar heeft elk kind af en toe behoefte aan, zeker na een wissel. Als de kamer rustig en vertrouwd voelt, kan het kind er tot rust komen. En dat maakt het wisselen tussen de twee huizen een stuk minder ingewikkeld, voor het kind en voor de volwassenen om hem heen.